…Omdat het om mensen gaat !

Hoe houd je de presentie vol?

Herman IJzerman

Hoe houd je de presentie vol?

1. Het begrip ‘presentie’: veel gezegd en geschreven
Aan mij is gevraagd om in te gaan op de vraag “ hoe houd je presentie vol’’. Ik ga er vanuit dat de lezer enigszins op de hoogte is van de geschiedenis van dit begrip en van de manier waarop het op dit moment een hype aan het worden is. Er is veel over gezegd en geschreven. In deze bijdrage gaat het dus om een andere vraag: hoe houd je het vol?
In de voorgaande bijdrage heeft Toine van den Hoogen een kader aangegeven waarbinnen verder gezocht kan worden naar de theologische betekenis van dit begrip. Waar het mij hier en nu om gaat is om niet te snel te gaan. Heel vaak willen wij al vlug een stap naar de theologie maken. Het is echter de vraag of dit zomaar kan. Het gaat bij presentie in de eerste plaats- voor wat mij betreft- om het aanwezig zijn in contexten van achterstelling in de Nederlandse samenleving. Concreet gaat het om het werk van basispastores, arbeidspastores, buurtwerkers, justitiepastores, maar ook talloze andere werkers in het seculiere veld die optrekken met achtergestelde mensen.
De vraag is of er in die contexten van achterstelling niet verborgen vindplaatsen van hoop en kracht zijn, die ruimte scheppen om het vol te houden daar te zijn. Zowel voor de mensen zelf als voor de werkers. Misschien is het ook de moeite waard om nog eens even te kijken wat ons belet of belemmert om dat te durven/kunnen ontvangen en verder te brengen.

2. Het antwoord: reeds opgedolven in de eigen context!
In de voorbereiding van mijn bijdrage is afgesproken dat het goed zou zijn als de lezer zelf wordt uitgenodigd aan het werk gaan met de genoemde vraag. Daartoe wil ik de lezer dan ook graag uitnodigen. Ik wil dit doen aan de hand van de methode van een drieluik en vanuit een beeld dat u moet aanspreken.
a. Het eerste paneel:een korte inleiding op het werkmodel;
b. het middenpaneel: uw eigen werk en
c. het derde paneel: een kader, een perspectief waarin verder gezocht kan worden.

a. De inleiding op de werkmodel
Ik wil u aan het werk zetten aan de hand van een model dat gevonden is op grond van het werk dat in Limburg wordt gedaan door arbeidspastores en buurtpastores. Het zoeken geschiedde in de z.g. Limburgse Trainingsgroep Urban Mission. In de trainingsgroep werd de leerroute Urban Mission doorlopen. In deze leerroute zitten vier basiselementen:
1- de biografie/socialisatie;
2- het uitvoerend werk;
3- de spiritualiteit en
4- het strategisch handelen.

De spiritualiteit komt dus aan de orde in de derde fase, nadat er uitgebreid aandacht is besteed aan de biografie/socialisatie en het werk. Met andere woorden spiritualiteit is in een context geplaatst: die van de werker en zijn relatie met de mensen in de achtergestelde situaties, in dit geval dus Zuid-Limburg.
Tijdens dit zoeken ontstond het schema, het model dat hieronder staat en waarmee aan het werk gegaan kan worden.

Bij dit model hoort het zgn. achtvoudige pad:

1 Er gebeurt iets tussen u en de mensen met wie u werkt.
2 Buiten het betekenisgevend systeem van de kerk is de zoektocht naar spiritualiteit mogelijk.
3 Het gaat altijd om inter-esse, een wederkerige vorm van dienstverlening
4 Wanneer wij spreken over spiritualiteit dan moeten wij ons ook verhouden tot Schrift en Traditie.
5 Schrift en Traditie blijken toegankelijk buiten het betekenisgevend systeem van de kerk en blijken niet achterhaald te zijn.
6 In Schrift en Traditie liggen verschillende beelden verborgen
7 Vanuit de context en de inter-esse ontstaat een dialogische structuur van communicatie, waarin het beeld haar zeggingskracht toont.
8 De zeggingskracht van het beeld roept op tot nadere ( theologische reflectie) en tot een kritische beoordeling van de inter-esse, de wederkerige vorm van dienstverlening.

Het is spannend om dit uit te proberen. Spannend omdat er de hypothese aan ten grondslag ligt dat de Joodse en Christelijke traditie een bron van inspiratie kan zijn om het uit te houden in situaties van permanente achterstelling. En dat deze traditie juist opnieuw kan worden uitgelegd in de inter-esse voor elkaar in deze context.

Ook wil ik nadrukkelijk wijzen op het radicale van deze benadering. Het vraagt namelijk de bewustwording van de bindingen waarin u zich reeds bevindt. Het is zo mijn ervaring als begeleidingskundige dat b.v. de binding aan de ‘heilige moederkerk’ heel diep zit. Het maakt niet uit of je man of vrouw bent, priester of pastoraal werker. In vrijwel alle begeleidingsgesprekken merk ik dat. Ik heb het vermoeden dat er sprake is van wat men noemt een ‘dubbele binding’. Daarmee bedoel ik dat de ‘heilige moederkerk’ altijd op de één of andere manier macht uitoefent over de communicatie.
Het begrip ‘dubbele binding’ is bekend geworden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw door het onderzoek naar pathologische gezinnen. Een dubbele binding wordt meestal gekenmerkt door een (affectieve) relatie die op een onzichtbare wijze door een machtsrelatie wordt overheerst. Aan de oppervlakte lijkt de relatie communicatief, maar daaronder is sprake van verborgen strategisch handelen.(van der Laan, 2003).
Mocht u het gevoel hebben dat u niet in deze val trapt omdat u in de UTP traditie staat, dan heb ik tot slot nog een aardige waarneming van Gérard van Tillo: “En hoewel de UTP naar buiten toe het imago had van een eigentijdse theologie-opleiding was de opleiding in feite zeer kerkelijk en traditioneel en deed daarin weinig onder voor Rolduc, dat de naam had conservatief te zijn” (Van Tillo/Jansen, 1996).

b. Het middenpaneel: oefenen met het model
Het perspectief waarin verder gezocht kan worden:

Een thuis
In het verslag van de eerste studiedag over de Heerlense school heeft mij geraakt de roep om een thuis. De SMA heeft op zich genomen om gehoor te geven aan deze roep. Door betrokkenheid bij de mensen uit de Heerlense school als begeleidingskundige voel ik mij ook geraakt door deze vraag. Veel werkers in het arbeidspastoraat en het buurtpastoraat worden bedreigd in de uitvoering van hun werk. In de begeleiding heb ik gemerkt dat er vrijwel geen ruimte meer is in hun werk om wat zij hebben gevonden aan beelden en rijkdom verder te brengen. Zij worden getrokken in een strijd van overleven, in het opkomen voor hun baan. Zij voelen zich in de steek gelaten door de oude instituten en door managementachtige praktijken die m.i. ook getuigen van dubbele bindingen. Misschien niet zo direct aan de heilige moederkerk, maar dan wel indirect: Bindingen aan de satellietinstituten die met een dubbele binding aan die kerk vastzitten.

In het verslag van de vorige dag wordt eveneens veel gesproken over missie en zending. In een trainingsgroep van voornamelijk oud-missionarissen en zendelingen hebben wij dit begrip opnieuw onderzocht. Wij kwamen tot de volgende omschrijving:
‘De grensoverschrijding is de basis van alles: van de ene context naar de andere. Dit leidt tot de vraag: waar is mijn plek, mijn thuis? Mijn thuis is daar waar het creatieve oplicht in de omgang met mensen. In die omgang met mensen wordt ons geloof wakker geroepen in ontroering en kracht. Dat alles werpt een speels licht op de vraag naar “thuis “ (IJzerman, 2003).

3. Tot slot: En God dan?
In zijn hieraan voorafgaande bijdrage situeert Van den Hoogen de grensoverschrijding, de missie, de zending, in de Godsleer. Het zou interessant zijn om in het kader van de bevindingen van het werken met het model met hem het gesprek voort te zetten. Het is de moeite waard de door middel van het werkmodel gevonden beelden en het achtvoudig pad een plaats te laten krijgen in zijn denken over God.

4. Literatuur:
– R. van Eijk (red.), “Om er te zijn voor de mensen wier stem is aangetast”, SMA, Cadier en Keer, 2004.
– Herman IJzerman, Al doende leert men, in: Wereld en Zending 2003/3, p. 85-95.
– Geert van der Laan, Presentie als ingebedde interventie, in: Sociale Interventie 12, 2003, p. 68-75.
– Gérard van Tillo/Leni Jansen, Bloemen voor macht, Kampen, 1996, p.129-140.